|
Begin 1918 dacht de politiek-militaire leiding van het Duitse Keizerrijk, na bijna 4 jaar hevige strijd, dat de oorlog nog gewonnen zou kunnen worden. Op 3 maart was Rusland gedwongen het vredesverdrag van Brest-Litowsk te ondertekenen. Deze overwinning aan het oostfront gaf de OHL (Oberste Heeres Leitung) nieuwe moed. Aan het hoofd van deze OHL stonden naast Keizer Wilhelm II, veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff. |
|
Gedrieën beraamden zij een groot offensief, met 70 divisies, aan het Westfront. Dit zou moeten starten op 21 maart 1918. Na aanvankelijk enige successen te hebben geboekt, liep het offensief volkomen vast. Duitsland had geen antwoord op de permanente versterking van de Franse en Engelse troepen door Amerikaanse eenheden. Toen op 18 juli de Geällieer- |
|
|
von Hindenburg, Wilhelm II, Ludendorff |
|
den met een groot overwicht aan mensen en materieel tot de tegenaanval overgingen en op 8 augustus een doorbraak forceerden aan het front bij Amiens moest de OHL toegeven dat de oorlog niet meer gewonnen kon worden. |
|
In de 2e helft van september werd de situatie voor Duitsland nog nijpender. Zonder enig overleg met Duitsland deed Oostenrijk – Hongarije op 14 september 1918 een vredesvoorstel aan de Geällieerden. Bovendien kwam op 21 september de ineenstorting van het zuidoost front in Bulgarije o.m. door de militaire zwakheid van het Ottomaanse Rijk. Duitsland stond er nu alleen voor en het was slechts een kwestie van tijd voordat de geällieerden in het zuidoosten het Duitse Rijk zouden binnentrekken. |
|
Op verzoek van Ludendorff vond er op 29 september 1918 crisisberaad plaats door de zg. "Kroonraad" in het hoofdkwartier van de OHL in Spa. Behalve Wilhelm II namen hieraan ook deel vertegenwoordigers van de keizerlijke regering, t.w.: Rijkskanselier Graaf Härtling en de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken admiraal Paul von Hintze. Met de overdreven stelling dat het gehele front al binnen 24 uur ineen zou kunnen |
|
storten, slaagden
Ludendorff en Hintze (die het hierover al eerder waren eens geworden)
erin de "Kroonraad" ervan te overtuigen dat er vergaande
beslissingen moesten worden genomen. |
|
Na het terugtreden van Härtling werd de liberale Prins Max von Baden tot Rijkskanselier benoemd. Ook ging nu een aantal nieuwe partijen deel uit maken van de regering. De "M S P D" (Mehrheitssozialdemokratische Partei Deutschlands), de linksliberale "Fortschrittliche Volkspartei" en de katholieke "Zentrumspartei". Deze partijen hadden jarenlang een oppositionele meerderheid gevormd in de Rijksdag. Sinds 1917 waren zij al bezig om een eervolle "overlegvrede" te bepleiten; zonder dat gebieden verloren zouden gaan en zonder herstelbetalingen. |
Zentrumspartei |
|
De MSPD, Fortschrittspartei en Zentrum moesten nu dus de verantwoording op zich nemen voor de verloren oorlog. Door dit schaakspel van de Keizer, de OHL en de (oude) rijksregering werd de basis gelegd voor de "Dolkstootlegende". Deze legende wil ons doen geloven dat het Duitse leger in het veld nooit is verslagen maar slechts door verraad van de nieuwe rijksregering van de overwinning werd beroofd. |
|
President Wilson |
Tevens kon de militaire leiding van Duitsland zonder gezichtsverlies toegeven dat zij op politiek gebied had gefaald. Immers, de Amerikaanse president Woodrow Wilson accepteerde uitsluitend een democratisch gekozen regering als gesprekspartner. Toch wilde eind oktober 1918 – met uitzondering van de USPD – geen enkele Rijksdagpartij de afschaffing van de monarchie en niemand zat te wachten op een revolutie. |
Max von Baden |
|
Men wilde een rustige democratische ontwikkeling. Echter, zover kwam het niet meer. Een groeiende vredesbeweging eiste het aftreden van de Keizer en na de Wilson nota van 23 oktober was ook de Rijksregering ervan overtuigd dat er betere vredesvoorwaarden konden worden verkregen als Keizer en Kroonprins opgestapt zouden zijn. |
|
Op 9 November begon de revolutie met een algemene staking in de grote bedrijven en de keizer vluchtte naar Nederland. |
| Site Map | Home Page |